Medicijnkastje

Voor levensleed en zielepijn / is poëzie de medicijn

Woelig woei het Wonkeldier

Woelig woei het Wonkeldier
Het splurgde daar en plorgde hier
Het schreeuwde als een bolgiraf
En gaf een vuige graffel af
Soms at het van een pokjeszwam
Waarvoor het even pauze nam
Om luidkeels guffend van plezier
En zoefend als een zoeffelmier
Zo haastig als een grote splut
Te vluchten naar haar Wonkelhut
Alwaar het ‘s avonds zeer tevree
En drinkend van wat puffelthee
Dacht: “‘t is pas echt een goede dag,
Als je als Wonkel splurgen mag!”

Advertisements

Ik heb geen monster onder mijn bed

want er was niet genoeg plek

en toen is dat ding – heel gek –

maar in mijn hoofd gaan pitten

 

Ik heb geen monster onder mijn bed

de mensen vinden het maar raar

maar hij zit het liefst – ‘t is waar –

een beetje door mijn brein te spitten

 

Ik heb geen monster onder mijn bed

hij woont al jaren in mijn kop

en hij houdt daar niet meer op

op alles wat ik doe te vitten

 

Ik heb geen monster onder mijn bed

al had ik liever dat gehad

dat monster in een donker gat

dan dat ‘ie in m’n hoofd blijft zitten

Le sort d’un poète néerlandais en vacances

Ik zou je zo veel willen zeggen

maar mijn tong raakt uit balans

ik val en stort tussen mijn woorden

zinnen rollen uit cadans

 

ik zou je zo veel willen zeggen

maar bij jou maak ik geen kans

aan jou gaat al mijn taal verloren

ach, mijn lief, sprak ik maar Frans

De man had een glas
dat voor heel even
– één avond lang –
precies als zijn leven
was

Het smaakte als liefde
van heel lang geleden
de man hief zijn hand op
en leegde het glas
dat voor heel even
– één avond lang –
precies als zijn leven
was

Nu proefde hij vriendschap
in jaren verdronken
de man hief zijn hand op
en zag een leeg glas
dat voor heel even
– één avond lang –
precies als zijn leven
was

Hij dacht aan de dochter
al zo lang verdwenen
de man hief zijn hand op
en haatte dat glas
dat voor heel even
– één avond lang –
precies als zijn leven
was

de man was te dronken
en brak toen het glas
dat voor heel even
-één avond lang-
precies als zijn leven
was

Ademnood

Jij benam mij reeds de adem
Dagen lang al kreeg ‘k geen lucht
Geen zuurstof reikte tot mijn longen
Jij ontnam mij elke zucht

‘k Vluchtte radeloos naar mijn moeder
En zij stond mij dadelijk bij
Met haar raad en warme woorden
En Vicks Vapo Adem Vrij

Een kiertje ochtend twijfeltzich een weg naar jouw

Een kiertje ochtend twijfelt
zich een weg naar jouw gezicht
alwaar het spoedig zwicht
net als ik, voor de kuiltjes in je wangen

Het danst zich langs gesloten ogen
maar zo zacht als het jouw lippen kust
ontwaakt het ook de lust
in mij, en sterkt het mijn verlangen

Ik streel je met een blik, en als
de zon zich naast je vlijt
lig jij door slaap bevrijd
en ik, door licht en lust bevangen

Ik ken mensen die graag in armen schuilen,

Ik ken mensen die graag
in armen schuilen, op een schouder
of hun zorgen stoppen in een fles
die, geleegd, voor even doet vergeten

Maar de armen worden handen die
veters strikken aan schoenen
met voetstappen die gaan
de schouder met zich meenemend

De ochtendzon wordt achtergelaten, en de fles
die meedogenloos doorschijnend bleek,
spiegelt verborgen schaamte
en vlekjes zonlicht op de muur